ECLI:NL:CRVB:2008:BE2732
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens niet tijdige indiening tegen WAO-uitkeringsspecificaties
Appellant, woonachtig in Marokko, ontving sinds 1968 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. In 2005 stuurde het UWV specificaties van de uitkering over maart en april. Appellant diende op 30 mei 2005 een bezwaarschrift in tegen deze specificaties, maar dit was niet tijdig volgens de wettelijke termijn van zes weken.
Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit oordeel en wees het beroep ongegrond, omdat appellant geen omstandigheden had aangevoerd die het te laat indienen konden rechtvaardigen.
In hoger beroep stelde appellant dat hij altijd brieven van het UWV beantwoordde en dat hij afhankelijk was van de WAO-uitkering voor het onderhoud van zijn gezin. De Raad oordeelde echter dat deze omstandigheden onvoldoende waren om het niet tijdig indienen te verontschuldigen. Het bezwaar bleef terecht niet-ontvankelijk. De Raad liet daarbij in het midden of de uitkeringsspecificaties rechtsgevolg hadden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees proceskostenveroordeling af. Het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het bezwaar blijft niet-ontvankelijk wegens niet tijdige indiening.