ECLI:NL:CRVB:2008:BE2737
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens ontbreken ziekmelding bij UWV
Verzoeker maakte bezwaar tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het UWV op zijn aanvraag om ziekengeld op grond van de Ziektewet. Hij stelde zich ziek te hebben gemeld bij het CWI en het UWV, onder meer per brief, maar het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat geen geldige ziekmelding bij het UWV was aangetoond.
De rechtbank oordeelde dat het CWI geen doorzendplicht had en dat de door verzoeker verzonden brief niet kon worden aangemerkt als bewijs van ziekmelding, mede omdat deze niet aangetekend was verzonden. De rechtbank vond dat het UWV geen bevoegdheid had om een besluit te nemen en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep handhaafde verzoeker zijn standpunt, maar de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en bevestigde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was. Er werd geen voorlopige voorziening getroffen en het verzoek daartoe werd afgewezen. Er werd ook geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar van verzoeker tegen het uitblijven van een beslissing op zijn aanvraag om ziekengeld is terecht niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.