ECLI:NL:CRVB:2008:BE8786
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WW-uitkering wegens onvoldoende arbeidsurenverlies
Appellant heeft een WW-uitkering aangevraagd na beëindiging van een dienstverband van gemiddeld vier uur per week naast een ander dienstverband van 36 uur per week. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft de uitkering geweigerd omdat appellant niet voldeed aan de eis dat hij ten minste vijf of de helft van zijn arbeidsuren verloor.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat appellant met een vermindering van 40 naar 36 uren per week niet als werkloos in de zin van de WW kon worden beschouwd. Appellant voerde aan dat alleen het dienstverband waaruit het arbeidsurenverlies voortkomt moet worden meegewogen en dat hij recht heeft op uitkering omdat hij 100% van de uren van dat dienstverband verloor.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het Uwv het toepasselijke artikel 16 van Pro de WW correct heeft toegepast, waarbij het totaal aantal arbeidsuren over alle dienstverbanden wordt meegewogen. Het enkele feit dat over beide dienstverbanden premies zijn afgedragen, is niet relevant voor de beoordeling van het arbeidsurenverlies. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van de WW-uitkering bevestigd.