ECLI:NL:CRVB:2008:BE8894
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering bij niet-toegenomen medische beperkingen
Betrokkene, die sinds 1998 wegens psychische klachten niet meer als metselaar werkt, ontving een WAO-uitkering die in 2000 werd herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. Na parttime werk als chauffeur meldde hij zich in 2004 ziek en verzocht om verhoging van zijn uitkering wegens vermeende toename van arbeidsongeschiktheid. Een verzekeringsarts concludeerde echter dat zijn beperkingen niet waren toegenomen. Desondanks vond een arbeidskundig onderzoek plaats dat uitwees dat betrokkene 15 tot 25% arbeidsongeschikt was.
Appellant, het UWV, weigerde de verhoging en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat zij vond dat onvoldoende was gemotiveerd dat de geselecteerde functies geschikt waren voor betrokkene. In hoger beroep stelt het UWV dat volgens vaste jurisprudentie bij geen toename van medische beperkingen geen arbeidskundige toetsing meer nodig is. De Raad onderschrijft dit en oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het besluit heeft vernietigd vanwege een ontoereikende arbeidskundige grondslag.
De Raad stelt vast dat de medische beperkingen niet zijn toegenomen en dat het arbeidskundig onderzoek daarom overbodig was. De eerdere uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 20 augustus 2008.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand omdat geen toename van medische beperkingen is vastgesteld.