Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2008:BE8925

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 augustus 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/5882 WW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • M.A. Hoogeveen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:24 AwbArt. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding ongegrond verklaard

Appellant heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep waarin het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken na bekendmaking van de uitspraak van de rechtbank was ingediend.

De Raad heeft het verzet inhoudelijk behandeld, waarbij werd vastgesteld dat de termijn voor het indienen van het beroepschrift begint te lopen op de dag na de dag waarop de aangevallen uitspraak aan partijen is bekendgemaakt. De aangevallen uitspraak was op 24 augustus 2007 aangetekend verzonden, waardoor de termijn startte op 25 augustus 2007 en eindigde op 5 oktober 2007. Het beroepschrift werd niet binnen deze termijn ingediend.

De stelling van appellant dat de termijn pas begint te lopen na ontvangst van de uitspraak wordt verworpen. De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie ter ondersteuning van deze uitleg. Gelet hierop is het verzet ongegrond en wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.

Uitspraak

07/5882 WW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Naam appellant], wonende te [woonplaats], Duitsland (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 23 augustus 2007, 04/3914 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van Pro de Beroepswet van
27 februari 2008 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen voornoemde uitspraak heeft dr. P. Rauscher, advocaat te Regensburg, Duitsland, namens appellant verzet gedaan.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 juli 2008, waar partijen niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 27 februari 2008 berust hierop, dat het hoger beroepschrift niet binnen de termijn van zes weken na de bekendmaking van de uitspraak van de rechtbank is ingediend.
In geding is de vraag of het hoger beroep van appellant terecht niet-ontvankelijk is verklaard.
De Raad ziet geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan in zijn genoemde uitspraak gegeven.
Volgens artikel 6:24 van Pro de Awb in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt dat de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken bedraagt. Die termijn vangt aan op de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt.
Blijkens de gedingstukken is de aangevallen uitspraak bij aangetekend schrijven van 24 augustus 2007 aan de gemachtigde van appellant toegezonden. De beroepstermijn vangt derhalve aan op 25 augustus 2007 en eindigt op 5 oktober 2007. Het beroepschrift is niet binnen die termijn ingediend.
De gemachtigde van appellant stelt zich kennelijk op het standpunt dat de beroepstermijn eerst aanvangt na de ontvangst van de aangevallen uitspraak. Dat standpunt is onjuist. Voor de motivering verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 7 juni 2005, LJN AT7061, welke uitspraak kan worden geraadpleegd op www.rechtspraak.nl.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door M.A. Hoogeveen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.J.A. Reinders als griffier, uitgesproken in het openbaar op 13 augustus 2008.
(get.) M.A. Hoogeveen.
(get.) M.J.A. Reinders.
RH