ECLI:NL:CRVB:2008:BE8926
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening opzegtermijn WW wegens ontbreken nieuwe feiten
Werknemer verzocht het UWV om herziening van de opzegtermijn die eerder was vastgesteld op zes weken, naar aanleiding van een latere uitspraak van de Raad die een langere termijn zou rechtvaardigen. Het UWV wees dit verzoek af op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd.
De rechtbank verklaarde het beroep van werknemer ongegrond en verwierp tevens het beroep op het gelijkheidsbeginsel. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en overweegt dat de latere rechterlijke uitspraak niet kan worden beschouwd als een nieuw feit of omstandigheid in de zin van artikel 4:6 Awb Pro.
De Raad benadrukt dat het risico van een onjuiste uitleg of toepassing van een wettelijk voorschrift bij het oorspronkelijke besluit voor rekening blijft van de betrokkene die in dat besluit heeft berust. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en op redelijkheid en billijkheid slaagt niet.
De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de opzegtermijn wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.