ECLI:NL:CRVB:2008:BE8931
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-beslissen op verzoek vergoeding kosten bezwaar
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelde met een besluit vast dat betrokkene geen recht had op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet. Betrokkene stelde beroep in tegen het besluit, omdat het bestuursorgaan niet had beslist op zijn verzoek om vergoeding van de in bezwaar gemaakte kosten.
De rechtbank oordeelde dat het bestuursorgaan niet had beslist op het verzoek en vernietigde het besluit gedeeltelijk, waarbij het ook de proceskosten aan betrokkene toekende. Het bestuursorgaan stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het bestuursorgaan wel degelijk op het verzoek had beslist door in het bestreden besluit expliciet te vermelden dat de vergoeding niet werd toegekend omdat het bezwaar ongegrond was verklaard. Daarmee was sprake van een voldoende gemotiveerde beslissing op het verzoek.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover aangevochten en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens wees de Raad een vergoeding van proceskosten af omdat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt niet vernietigd wegens niet-beslissen op het verzoek tot vergoeding van kosten bezwaar.