ECLI:NL:CRVB:2008:BE8933
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring incidenteel hoger beroep en veroordeling proceskosten na intrekking hoger beroep UWV
Het UWV stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch. Betrokkene diende namens zichzelf een verweerschrift in dat tevens als incidenteel hoger beroep werd gepresenteerd. Het UWV trok het hoger beroep later in. Betrokkene vorderde daarop een beslissing op het incidenteel hoger beroep en vergoeding van proceskosten.
De Raad oordeelde dat het verweerschrift van betrokkene als een zelfstandig hoger beroepschrift moet worden beschouwd en verklaarde dit niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de wettelijke termijn van zes weken. De Raad wees het beroep op incidenteel appel af omdat de omstandigheden daarvoor niet aanwezig waren en het wetsvoorstel dat dit regelt nog niet van kracht was.
Ten aanzien van het ingetrokken hoger beroep van het UWV stelde de Raad vast dat het UWV op verzoek van betrokkene veroordeeld kan worden in de proceskosten. De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van € 322,- aan proceskosten voor de juridische bijstand van betrokkene.
De Raad besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en sprak het vonnis uit op 15 augustus 2008. Hiermee werd het incidenteel hoger beroep van betrokkene niet-ontvankelijk verklaard en het UWV veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het incidenteel hoger beroep van betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van € 322,-.