ECLI:NL:CRVB:2008:BE9072
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering na arbeidskundig en verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellante ontving een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. Na een onderzoek door een verzekeringsarts in 2003 werd haar uitkering herzien naar 25-35%, wat zij betwistte met een bezwaarschrift. Het UWV verklaarde het bezwaar in 2005 ongegrond, waarna de rechtbank dit oordeel bevestigde.
In hoger beroep stelde appellante dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onzorgvuldig was en dat onvoldoende rekening was gehouden met haar lichamelijke en psychische klachten. Het UWV bracht in 2008 een gewijzigd besluit uit, waarbij de uitkering werd herzien naar 55-65% arbeidsongeschiktheid.
De Raad oordeelde dat het UWV de belastbaarheid van appellante juist had vastgesteld, mede op basis van medische rapportages en een arbeidsdeskundig onderzoek. Er was geen aanwijzing dat het onderzoek onzorgvuldig was, ook niet omdat een bezwaarverzekeringsarts dossieronderzoek verrichtte zonder aanvullend medisch onderzoek. Het beroep tegen het gewijzigde besluit werd ongegrond verklaard.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante, waaronder kosten voor rechtsbijstand en griffierechten. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 20 augustus 2008.
Uitkomst: Het beroep tegen het gewijzigde besluit van 22 april 2008 wordt ongegrond verklaard en de WAO-uitkering wordt herzien naar 55-65% arbeidsongeschiktheid.