ECLI:NL:CRVB:2008:BE9119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting beperkingen en functiebeschikbaarheid
Appellante, een voormalige productiemedewerkster, viel uit wegens darmklachten en ontving een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55 tot 65%. Na een herbeoordeling in 2005 stelde het UWV op basis van medische en arbeidskundige rapporten vast dat haar arbeidsongeschiktheid was verminderd tot 35 tot 45%, wat leidde tot een verlaging van haar uitkering per 24 november 2005.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten en voerde aan dat zij geheel niet in staat was te werken en dat de geschiktheid voor de geselecteerde functies onvoldoende was aangetoond. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij het oordeel van het UWV over het opleidingsniveau en de beperkingen onderschreef.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV een zorgvuldig onderzoek had verricht, waarbij de medische en arbeidskundige rapporten voldoende waren onderbouwd. De Raad vond geen aanleiding om aan te nemen dat de beperkingen waren onderschat of dat de geschiktheid voor de functies onvoldoende was aangetoond.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verwierp het beroep van appellante. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, zodat de verlaging van de WAO-uitkering gehandhaafd bleef.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de WAO-uitkering per 24 november 2005.