ECLI:NL:CRVB:2008:BE9189
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugwerkende kracht halfwezenuitkering wegens ontbreken bijzonder geval
Appellante verzocht de Sociale verzekeringsbank (Svb) om een halfwezenuitkering met terugwerkende kracht na het overlijden van haar partner in 1997. De Svb kende de uitkering toe met ingang van 1 januari 2002, omdat terugwerkende kracht langer dan één jaar alleen in bijzondere gevallen wordt toegekend. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij door psychische problemen en onwetendheid over de uitkering niet eerder kon aanvragen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat geen bijzonder geval als bedoeld in artikel 33, vierde lid, ANW was vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en benadrukte dat onbekendheid met de wet geen bijzonder geval oplevert. Bovendien ontbrak bewijs voor medische onmogelijkheid om eerder een aanvraag in te dienen en was niet gebleken dat iemand anders de aanvraag had kunnen indienen.
De Raad verwierp ook het subsidiaire standpunt dat de aanvraagdatum 12 april 2002 zou moeten zijn, omdat geen eerdere aanvraag was ingediend dan in januari 2003. De aangevallen uitspraak werd bevestigd, en de Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van terugwerkende kracht langer dan één jaar voor de halfwezenuitkering wegens ontbreken van een bijzonder geval.