ECLI:NL:CRVB:2008:BE9205
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering burger-oorlogsslachtoffer en vervolgingsslachtoffer wegens ontbreken blijvend letsel
Appellant, geboren in 1941 in het voormalige Nederlands-Indië, diende in december 2005 aanvragen in voor een periodieke uitkering als burger-oorlogsslachtoffer (WUBO) en als vervolgde of daarmee gelijkgestelde (WUV). De aanvragen werden gebaseerd op gezondheidsklachten die appellant toeschrijft aan zijn oorlogsbeleving tijdens de Bersiap-periode.
De verweersters wezen de aanvragen af bij besluiten van 25 juli 2006, welke na bezwaar werden gehandhaafd. Verweerster I oordeelde dat appellant weliswaar door oorlogsgeweld was getroffen, maar geen blijvend lichamelijk of psychisch letsel had opgelopen. Verweerster II weigerde appellant als vervolgde gelijk te stellen omdat geen ziekten of gebreken waren vastgesteld die verband hielden met het overlijden van zijn vader.
De Raad baseerde zich op medische adviezen van artsen en een psychiater die geen blijvend psychisch letsel konden vaststellen. De Raad oordeelde dat de besluiten deugdelijk waren voorbereid en gemotiveerd en dat er geen aanleiding was voor aanvullend medisch onderzoek. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De beroepen van appellant worden ongegrond verklaard en de afwijzing van de uitkeringsaanvragen blijft in stand.