ECLI:NL:CRVB:2008:BE9207
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling mindering nabestaandenuitkering op WAO-uitkering volgens ANW
Appellant heeft een nabestaandenuitkering aangevraagd op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van zijn echtgenote. Hij ontving een WAO-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende de ANW-uitkering toe, maar betaalde deze niet uit vanwege het eigen inkomen van appellant.
De Svb bracht de WAO-uitkering in mindering op de nabestaandenuitkering, waardoor na korting geen bedrag resteerde. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard door de Svb en bevestigd door de rechtbank Maastricht. De rechtbank oordeelde dat het inkomen van appellant te hoog is om recht te geven op uitbetaling van de ANW-uitkering.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad onderschrijft de uitleg van de wet en het doel van de ANW als bodemvoorziening, en ziet geen reden om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. Het hoger beroep wordt verworpen zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WAO-uitkering op de nabestaandenuitkering wordt gekort, waardoor geen nabestaandenuitkering resteert.