ECLI:NL:CRVB:2008:BE9209
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Geen medische noodzaak voor uitbreiding van extra huishoudelijke hulp bij burger-oorlogsslachtoffer
Appellant, erkend als burger-oorlogsslachtoffer, verzocht om verhoging van de vergoeding voor huishoudelijke hulp van 4 naar 8 uur per week. Verweerster wees dit verzoek af op basis van medisch advies dat appellant samen met zijn echtgenote nog lichte huishoudelijke werkzaamheden kan verrichten.
De Raad oordeelde dat de ernst van de oorlogservaringen op zichzelf niet bepalend is voor de toekenning van extra hulp; er moet sprake zijn van medische noodzaak. Het medisch onderzoek concludeerde dat appellant en zijn echtgenote in staat zijn tot licht huishoudelijk werk, waardoor 4 uur hulp per week voldoende is.
De Raad vond het bestreden besluit goed gemotiveerd en zag geen reden om het advies te betwijfelen. Tevens werd opgemerkt dat de beoordeling beperkt is tot de situatie ten tijde van het besluit en dat een nieuwe aanvraag mogelijk is bij verslechtering van de gezondheid.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van medische noodzaak voor uitbreiding van huishoudelijke hulp.