ECLI:NL:CRVB:2008:BE9217
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding tandartskosten echtgenote op grond van WUV
Appellant, een vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (WUV), verzocht om vergoeding van tandartskosten voor zijn echtgenote, die volgens hem gebitsschade had opgelopen door zijn gewelddadig optreden voortvloeiend uit zijn psychische klachten. Verweerster wees dit verzoek af, stellende dat de WUV alleen voorziet in vergoeding van medische kosten die de vervolgde zelf betreffen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitleg en oordeelde dat de Wet geen vergoeding toekent voor door de vervolgde aan derden toegebrachte gezondheidsschade. Hoewel appellant wel vergoeding ontving voor relatietherapie, was deze gericht op zijn eigen psychische klachten en niet op de gezondheidsschade van zijn echtgenote.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak benadrukt de strikte interpretatie van de WUV ten aanzien van vergoeding van medische kosten, die beperkt blijft tot de vervolgde zelf.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de vergoeding van tandartskosten voor de echtgenote wordt afgewezen.