ECLI:NL:CRVB:2008:BE9240
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant ontving een WAO-uitkering die aanvankelijk was gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft de uitkering aangepast naar 35 tot 45% arbeidsongeschiktheid en heeft vervolgens de uitkering ingetrokken per 7 maart 2005, omdat de arbeidsongeschiktheid onder de 15% was gedaald.
Appellant betwistte deze besluiten en voerde aan dat zijn medische beperkingen, waaronder complicaties na hernia-operaties, een hersenaneurysma, longklachten en gevolgen van een whiplashtrauma, onvoldoende waren meegewogen. Tevens stelde hij dat de rechtbank nader deskundigenonderzoek had moeten gelasten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische beoordeling door de bezwaarverzekeringsarts, die alle klachten had besproken en rekening had gehouden met de hervatting van werkzaamheden, voldoende was onderbouwd. De Raad zag geen aanleiding tot twijfel aan de medische conclusies en vond dat de arbeidskundige beoordeling adequaat was gemotiveerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 7 maart 2005 wordt bevestigd wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.