ECLI:NL:CRVB:2008:BE9319
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J. Riphagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtsgevolgen WAO-besluit wegens onjuiste arbeidsduurbeoordeling na herseninfarct
Appellant, die na een herseninfarct arbeidsongeschikt werd, kreeg van het UWV een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%, gebaseerd op een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) die stelde dat hij een volle werkdag aankon. Na bezwaar en beroep werd dit besluit gehandhaafd, hoewel de rechtbank het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde maar de rechtsgevolgen in stand liet.
In hoger beroep stelde appellant dat de belastbaarheid werd onderschat en dat hij niet meer dan vier uur per dag kon werken, gesteund door zijn huisarts en neuroloog. De Raad liet een onafhankelijke neuroloog rapporteren, die oordeelde dat een volle werkdag te belastend was, hoewel hij geen exacte arbeidsduur kon aangeven.
De Raad volgt vaste rechtspraak dat het oordeel van een onafhankelijke deskundige in beginsel moet worden gevolgd, tenzij bijzondere omstandigheden dat verhinderen. Gezien het deskundigenrapport vernietigt de Raad de rechtsgevolgen van het bestreden besluit en beveelt het UWV een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten en griffierecht van appellant.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het UWV-besluit worden vernietigd en het UWV dient een nieuw besluit op bezwaar te nemen.