ECLI:NL:CRVB:2008:BE9505
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring Centrale Raad van Beroep wegens appelverbod bij bezwaaruitspraak UWV
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin haar beroep tegen een besluit op bezwaar van het UWV niet-ontvankelijk werd verklaard.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat op grond van artikel 18, tweede lid, aanhef en onder c, van de Beroepswet, hoger beroep tegen een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Awb niet mogelijk is. Deze uitspraak is derhalve niet vatbaar voor hoger beroep.
De Raad kan slechts in uitzonderlijke gevallen, zoals bij evidente schending van eisen van goede procesorde of fundamentele rechtsbeginselen, van het appelverbod afwijken. Appellante voerde aan dat haar gezondheidstoestand verslechterde en dat de door het UWV aangestelde arts corrupt zou zijn, maar de Raad ziet hierin geen grond voor doorbreking van het appelverbod.
Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep zich onbevoegd het hoger beroep te behandelen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd het hoger beroep te behandelen wegens het appelverbod.