ECLI:NL:CRVB:2008:BE9650
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen terugvordering en herziening Ziektewet- en WAO-uitkeringen
Appellante, werkzaam als inspanningsfysiologe, ontving van november 1999 tot augustus 2000 een Ziektewet-uitkering en vanaf augustus 2000 een WAO-uitkering. Het UWV vermoedde onjuiste opgave van inkomsten uit zelfstandige werkzaamheden en verrichtte een fraudeonderzoek.
Besluiten van het UWV tot terugvordering van teveel betaalde Ziektewet-uitkering werden aangevochten omdat voorafgaand geen herzieningsbesluit was genomen. De Raad oordeelde dat het terugvorderingsbesluit zonder voorafgaand herzieningsbesluit niet rechtsgeldig was en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
De berekeningswijze van de inkomsten uit zelfstandige werkzaamheden werd als juist beoordeeld, ook het apart berekenen van inkomsten uit werkzaamheden voor een B.V. De Raad bevestigde de herzienings- en anticumulatiebesluiten met betrekking tot de WAO-uitkering en wees het beroep op rechtszekerheid en vertrouwen af. Het verzoek om schadevergoeding wegens wettelijke rente werd afgewezen.
De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van proceskosten aan appellante en verklaarde het beroep tegen enkele besluiten gegrond, waarbij de rechtsgevolgen van vernietigde besluiten in stand bleven.
Uitkomst: Het terugvorderingsbesluit Ziektewet is vernietigd wegens ontbreken van herzieningsbesluit, herzieningsbesluiten WAO zijn bevestigd, schadevergoeding afgewezen.