ECLI:NL:CRVB:2008:BE9778

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 augustus 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-5089 ZW + 05-5090 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 AwbArt. 7:12 AwbArt. 8:75 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringZiektewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluiten UWV over arbeidsongeschiktheid en toekenning proceskosten

Appellant kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 55-65%. Later werden twee Ziektewet-uitkeringen geweigerd, waartegen appellant bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond. Het UWV stelde later de arbeidsongeschiktheid vast op 80-100% na nader onderzoek.

De Raad oordeelt dat de eerdere besluiten van het UWV hun grondslag hebben verloren en vernietigt deze vanwege strijd met de Algemene wet bestuursrecht. Het UWV moet nieuwe besluiten nemen rekening houdend met de uitspraak.

Daarnaast veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep, totaal €1.932,-, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €280,-.

Uitkomst: De bestreden besluiten worden vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant.

Uitspraak

05/5089 ZW + 05/5090 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Naam appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraken van de rechtbank Maastricht van 18 juli 2005, 04/513 (hierna: aangevallen uitspraak 1) en 04/2246 (hierna: aangevallen uitspraak 2),
in de gedingen tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het Uwv).
Datum uitspraak: 27 augustus 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. M.J. Klinkert, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft verweerschriften ingediend.
Partijen hebben toestemming gegeven om het onderzoek ter zitting achterwege te laten.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 20 augustus 2003 is appellant met ingang van 30 augustus 2003 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend naar de mate van arbeidsongeschiktheid van 55% tot 65%.
1.2. Per 1 oktober 2003 heeft appellant zich ziekgemeld. Bij besluit van 22 januari 2004 is met ingang van 21 januari 2004 verdere uitkering ingevolge de Ziektewet geweigerd. Het bezwaar tegen dit besluit is bij besluit van 2 maart 2004 (bestreden besluit 1) ongegrond verklaard.
1.3. Per 29 april 2004 heeft appellant zich opnieuw ziekgemeld. Bij besluit van 21 mei 2004 is met ingang van 29 april 2004 ZW-uitkering geweigerd. Het bezwaar tegen dit besluit is bij besluit van 9 december 2004 (bestreden besluit 2) ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraken heeft de rechtbank de beroepen tegen de bestreden besluiten ongegrond verklaard.
3. De bestreden besluiten berusten op de overweging dat appellant op de in geding zijnde data in staat was (tenminste één van) de functies te verrichten die hem in het kader van de WAO-beoordeling per 30 augustus 2003 zijn voorgehouden.
4. Het Uwv heeft bij besluit van 26 maart 2007 het bezwaar tegen het besluit van 20 augustus 2003 alsnog gegrond verklaard en de mate van arbeidsongeschiktheid met ingang van 30 augustus 2003 vastgesteld op 80-100%. Bij dat besluit is overwogen dat uit nader arbeidskundig onderzoek is gebleken dat onvoldoende functies resteren om de schatting op te kunnen baseren.
5. Naar het oordeel van de Raad is de grondslag aan de bestreden besluiten komen te ontvallen. Derhalve komen de aangevallen uitspraken en, wegens strijd met artikel 3:2 en Pro artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de bestreden besluiten voor vernietiging in aanmerking. Het Uwv dient nieuwe besluiten op bezwaar te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen.
6. De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van Pro de Awb het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 1.288,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en op € 644,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, in totaal € 1.932,-.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraken;
Verklaart de beroepen tegen de bestreden besluiten gegrond en vernietigt die besluiten;
Bepaalt dat de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen nieuwe besluiten op bezwaar neemt met inachtneming van deze uitspraak van de Raad;
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep tot een bedrag groot € 1.932,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellant het betaalde griffierecht van € 280,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst. De beslissing is, in tegenwoordigheid van E.M. de Bree als griffier, uitgesproken in het openbaar op 27 augustus 2008.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) E.M. de Bree.
TM