ECLI:NL:CRVB:2008:BE9784
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.F. Bandringa
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld na eigen ontslag tijdens arbeidsongeschiktheid
Appellante was sinds 2 maart 2005 werkzaam bij een werkgever in een vaste functie. Op 22 september 2005 meldde zij zich ziek. Op 1 november 2005 nam zij op eigen verzoek ontslag, waarna de werkgever een Ziektewetuitkering voor haar aanvroeg.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde de uitkering omdat appellante een benadelingshandeling had gepleegd door haar dienstbetrekking te beëindigen terwijl het risico van arbeidsongeschiktheid al was ingetreden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellante niet onder onontkoombare druk stond om ontslag te nemen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en stelde vast dat de handtekening op de ontslagbrief van appellante zelf was. Er waren geen omstandigheden die het ontslag haar niet konden worden aangerekend. Het Uwv had terecht de uitkering geheel geweigerd en er was geen grond voor matiging van deze maatregel. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld omdat appellante haar dienstbetrekking op eigen verzoek beëindigde terwijl zij reeds arbeidsongeschikt was.