ECLI:NL:CRVB:2008:BE9914
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing faillissementsuitkering en terugvordering voorschotten door UWV
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor overneming van de loonbetalingsverplichting na het faillissement van zijn werkgever. Het UWV heeft een voorschot toegekend, maar later het bezwaar van appellant tegen de afwijzing van de aanvraag niet-ontvankelijk verklaard vanwege termijnoverschrijding. De rechtbank Haarlem verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant had moeten beseffen dat zijn aanvraag was afgewezen, ondanks het ontbreken van een rechtsmiddelenclausule in de brief.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank bevestigd. De Raad stelde vast dat de brief van 18 januari 2008 onmiskenbaar een besluit bevatte en dat appellant voldoende gelegenheid had om binnen zes weken bezwaar te maken. De Raad verwierp het standpunt van appellant dat het ontbreken van de rechtsmiddelenclausule het indienen van een bezwaarschrift buiten de termijn verschoonde.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard en het bezwaar tegen de terugvordering van onverschuldigd betaalde voorschotten ongegrond was. Er waren geen gronden voor vergoeding van proceskosten. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de faillissementsuitkering en verklaart het bezwaar tegen terugvordering voorschotten ongegrond.