ECLI:NL:CRVB:2008:BE9928
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing loongerelateerde WW-uitkering wegens niet voldoen aan 4-uit-5 eis
Appellante heeft na beëindiging van haar werkzaamheden per 17 maart 2006 een aanvraag ingediend voor een WW-uitkering. Het UWV kende haar een kortdurende uitkering toe, maar weigerde de loongerelateerde uitkering omdat zij niet voldeed aan de 4-uit-5 eis: in ten minste vier van de vijf jaren voorafgaand aan het jaar van werkloosheid moest zij over 52 of meer dagen loon hebben ontvangen.
Appellante maakte bezwaar en leverde aanvullende bewijsstukken aan, waaronder belastingaanslagen en loonberekeningsformulieren. Het UWV oordeelde dat de gegevens onvoldoende waren om de arbeidsverleden eis te bewijzen en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel omdat niet vaststond over hoeveel dagen loon was ontvangen in de relevante jaren.
In hoger beroep stelde appellante dat zij drie dagen per week drie uur werkte, wat zou neerkomen op minimaal 156 loondagen per jaar. De Raad overwoog echter dat, zelfs als de aangeleverde bankafschriften en verklaringen als bewijs zouden gelden, dit slechts voor de jaren 2002 en 2003 zou gelden. Voor 2001 en 2004 was onvoldoende bewijs voor het voldoen aan de 52-dagen eis. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
De Raad wees tevens een vergoeding van proceskosten af omdat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren. De uitspraak werd op 20 augustus 2008 in het openbaar gedaan door M.A. Hoogeveen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de loongerelateerde WW-uitkering bevestigd.