ECLI:NL:CRVB:2008:BE9975
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J. Riphagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAO-uitkering wegens geschiktheid eigen werk
Appellante, voormalig penitentiair inrichtingswerkster, vroeg om een WAO-uitkering nadat zij haar werk had gestaakt wegens chronische nekklachten en surmenage. Het UWV wees de aanvraag af omdat zij na de wachttijd van 52 weken weer in staat zou zijn haar eigen werk te verrichten. De rechtbank Rotterdam handhaafde dit besluit op basis van een psychiater die oordeelde dat de beperkingen van appellante niet uit ziekte voortvloeiden.
In hoger beroep betwistte appellante dit oordeel en verwees naar haar behandelend psychiater die sprak van een depressieve stoornis. De Raad liet een onafhankelijke psychiater rapporteren, die concludeerde dat appellante op medische gronden niet in staat was haar werkzaamheden te verrichten vanwege een depressie en beperkingen in persoonlijk en sociaal functioneren.
De Raad volgde dit onafhankelijke oordeel en vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen, waarbij ook aandacht moet worden besteed aan eventuele schadevergoeding. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.