ECLI:NL:CRVB:2008:BF0004
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J. Riphagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering bij gewijzigde medische beoordeling en functionele beperkingen
Appellante had een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, die per 20 februari 2004 werd ingetrokken door het UWV op grond van een nieuwe beoordeling dat zij geschikt was voor bepaalde functies met een verlies aan verdienvermogen van minder dan 15%.
De rechtbank had het beroep van appellante gegrond verklaard vanwege onvoldoende motivatie van het UWV, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. In hoger beroep betoogde appellante dat haar functionele beperkingen niet juist waren vastgesteld en dat zij niet fulltime kon werken vanwege spierklachten en vermoeidheid.
De Raad nam medische onderzoeken in beschouwing, waaronder neurologisch onderzoek en een onafhankelijk deskundigenrapport, die geen zwaardere beperkingen vaststelden dan het UWV aannam. Ook aanvullende medische informatie gaf geen aanleiding tot herziening van het oordeel.
Het UWV had toegelicht waarom de functies van arbeidsdeskundige, (dieren)artsenbezoeker en studie- en beroepskeuzeadviseur passend zijn. De Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige gegevens voldoende inzicht boden om de intrekking te bevestigen.
De Raad benadrukte dat de gewijzigde medische benadering bij moeilijk objectiveerbare aandoeningen leidde tot een andere beoordeling dan bij de eerdere WAO-toekenning. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd wegens geschiktheid voor passende functies.