ECLI:NL:CRVB:2008:BF0064
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- T. Hoogenboom
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering en intrekking WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, een zelfstandig elektromonteur, staakte zijn werkzaamheden in november 2002 wegens rugklachten en later ontstane psychische klachten. Het UWV weigerde aanvankelijk een WAZ-uitkering toe te kennen omdat appellant minder dan 25% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank verklaarde dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen ernstiger waren en dat het maatmaninkomen onjuist was vastgesteld.
De Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige grondslagen van het UWV toereikend waren gemotiveerd, mede op basis van rapportages van een bezwaarverzekeringsarts en een bezwaararbeidsdeskundige. De Raad vernietigde het bestreden besluit tot weigering vanwege onvoldoende motivering in eerste aanleg, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
Ten aanzien van de intrekking van de WAZ-uitkering per 19 april 2005 bevestigde de Raad het besluit ondanks een motiveringsgebrek over de maximering van de maatmanurenomvang. De geselecteerde functies waren medisch passend en actueel. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Besluit tot weigering WAZ-uitkering vernietigd, besluit tot intrekking bevestigd, UWV veroordeeld in proceskosten.