ECLI:NL:CRVB:2008:BF0069
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijstandsuitkering na eerdere intrekking wegens ontbreken gewijzigde omstandigheden
Appellant had na intrekking van zijn bijstandsuitkering een nieuwe aanvraag ingediend. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage wees deze aanvraag af omdat appellant niet kon aantonen dat zijn feitelijke situatie sinds de intrekking was gewijzigd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel.
De Raad benadrukt dat het op de aanvrager rust om aan te tonen dat er een relevante wijziging heeft plaatsgevonden waardoor hij nu wel aan de voorwaarden voor bijstand voldoet. Appellant slaagde hier niet in, ook al verklaarde hij in een brief dat hij zich niet meer in de tapijtwinkel van zijn kinderen zou bevinden. Dit was onvoldoende om te concluderen dat de feitelijke situatie zodanig was veranderd dat bijstand gerechtvaardigd was.
De Raad ziet geen aanleiding om de uitspraak van de rechtbank te wijzigen en wijst het hoger beroep af. Tevens worden geen proceskosten toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter R.H.M. Roelofs en uitgesproken op 2 september 2008.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de bijstandsuitkering wegens het ontbreken van een wezenlijke wijziging in de situatie van appellant.