ECLI:NL:CRVB:2008:BF0108
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.Th. Wolleswinkel
- R. Kooper
- T. van Peijpe
- Rechtspraak.nl
Herberekening en terugvordering wachtgeld wegens inkomsten uit eigen bedrijf na ontslag ambtenaar
Appellant, voormalig ambtenaar bij het ministerie van Justitie, werd in 1995 ontslagen en ontving wachtgeld. Na ontdekking van inkomsten uit eigen bedrijf herberekende de minister het wachtgeld over 1998-2000 en vorderde teveel uitbetaald bedrag terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit van de minister.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat de anticumulatieregeling uit artikel 8 RWB Pro correct moet worden toegepast, waarbij meerinkomsten die de aangehouden inkomsten te boven gaan, worden verrekend tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat deze niet het gevolg zijn van verhoogde werkzaamheid of verband houden met het ontslag. De Raad corrigeert de wijze van indexering van het bedrijfsresultaat en vernietigt de opdracht van de rechtbank om opnieuw te beslissen met inachtneming van haar overwegingen.
De Raad bevestigt dat de wettelijke rente pas verschuldigd is vanaf het moment van volledige verrekening van het teruggevorderde bedrag en wijst bezwaren tegen de gehanteerde rentepercentages af. De minister wordt gebonden aan de laatst gehanteerde berekeningen en mag hier niet meer van afwijken. De Raad vernietigt ook de nadere besluiten van januari en februari 2007 en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen. Het betaalde griffierecht wordt aan appellant vergoed.
Uitkomst: De Raad vernietigt deels het bestreden besluit en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen met correcte berekening van terugvordering en rente.