ECLI:NL:CRVB:2008:BF0166
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij bijstandsuitkering rekening houdend met opbrengst beleggingsparticipaties
Verzoekster, een alleenstaande ouder met twee minderjarige kinderen, had een aanvraag ingediend voor bijstand na afloop van haar WW-uitkering. Haar vermogen bestond onder meer uit participaties in een Postbank Obligatiefonds, waarvan de opbrengst maandelijks wordt gebruikt om een deel van haar hypotheekrente te betalen. Het College had deze opbrengst als inkomen aangemerkt en haar bijstandsaanvraag afgewezen.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen verklaarde het beroep van verzoekster ongegrond, stellende dat het maandelijkse bedrag van € 655,- als inkomen moest worden beschouwd. Verzoekster stelde in hoger beroep dat zij niet vrij over dit bedrag kon beschikken omdat het uitsluitend bestemd was voor hypotheeklasten en dat zij niet voor beide kinderen alimentatie ontving.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de term 'beschikken' in de WWB moet worden uitgelegd als feitelijk kunnen aanwenden voor noodzakelijke kosten van het bestaan. Gezien de verpanding van het vermogen en de verplichting om het bedrag aan hypotheekrente te besteden, kan verzoekster niet vrij over het bedrag beschikken voor andere kosten. Daarom werd een voorlopige voorziening getroffen waarbij het College voorschotten verstrekt tot € 655,- per maand totdat in de bodemprocedure is beslist.
Uitkomst: Het College moet voorschotten op bijstand verstrekken tot € 655,- per maand totdat in de bodemprocedure is beslist.