ECLI:NL:CRVB:2008:BF0174
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken rechtens te honoreren belang bij begeleiding zelfstandigen
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam om zijn aanvraag voor toelating tot de voorbereidingsfase voor startende zelfstandigen af te wijzen. Na eerdere procedures en een uitspraak van de rechtbank die het besluit vernietigde, heeft het College een nieuw besluit genomen dat het bezwaar ongegrond verklaarde. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit nieuwe besluit ongegrond.
In het hoger beroep heeft appellant zich gemotiveerd verzet tegen de uitspraak van de rechtbank. De Raad stelt echter vast dat appellant inmiddels alsnog de begeleiding naar zelfstandig ondernemerschap met behoud van bijstand heeft ontvangen, hetgeen het oorspronkelijke doel van zijn bezwaar- en beroepschriften was. Hierdoor ontbreekt een rechtens te honoreren belang bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep.
De Raad overweegt dat de door appellant aangevoerde klachten over de organisatie van de afdeling CAZ van de gemeente niet relevant zijn voor de materiële rechtsvraag en dat appellant een officiële klacht had kunnen indienen. Gezien het ontbreken van een belang verklaart de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtens te honoreren belang.