ECLI:NL:CRVB:2008:BF0368
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.F. Bandringa
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering WAZ-uitkering wegens privégebruik auto
Appellant ontving sinds 1997 een arbeidsongeschiktheidsuitkering ingevolge de WAZ, die later werd herzien op basis van zijn werkzaamheden en inkomsten. Het UWV ontdekte dat appellant naast zijn loon ook een voordeel genoot uit privégebruik van een bedrijfsauto, wat niet was meegenomen in de eerdere beoordeling van zijn arbeidsongeschiktheid.
Het UWV trok daarom de WAZ-uitkering met terugwerkende kracht in en vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug. Appellant voerde aan dat hij niet wist en redelijkerwijs niet kon weten dat de bijtelling privégebruik auto van invloed was op zijn uitkering en dat het UWV nalatig was geweest.
De Raad oordeelde dat appellant redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat het privévoordeel van de auto onderdeel was van zijn loon en relevant voor de WAZ-uitkering. Er waren geen dringende redenen om af te zien van terugwerkende intrekking. De eerdere uitspraak van de rechtbank, die het bezwaar gegrond verklaarde vanwege het ontbreken van hoor en wederhoor, werd bevestigd voor zover aangevochten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de WAZ-uitkering met terugwerkende kracht wegens het niet meenemen van de bijtelling privégebruik auto.