ECLI:NL:CRVB:2008:BF0382
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.F. Bandringa
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering passendheid functies
Appellante, sinds 1989 werkzaam als relatiebeheerder, kreeg in 1999 een WAO-uitkering toegekend wegens schouder- en rugklachten, die in 2000 werd herzien naar 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na een onderzoek in 2005 concludeerde een verzekeringsarts dat appellante beperkingen had, maar geen urenbeperking nodig was. Het UWV trok daarop haar WAO-uitkering per 27 december 2005 in, omdat er passende functies waren gevonden die zij kon vervullen.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat de medische beoordeling onvoldoende zorgvuldig was en dat haar klachten, waaronder fibromyalgie en RSI, niet goed waren meegewogen. De bezwaarcommissie handhaafde het besluit, waarna de rechtbank het beroep van appellante ongegrond verklaarde. De rechtbank vond de medische en arbeidskundige grondslagen toereikend en hechtte geen doorslaggevende waarde aan de eigen beleving van appellante.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij door pijnklachten en stijfheid niet in staat was 36 uur per week te werken en dat de geselecteerde functies, zoals media adviseur, niet passend waren vanwege temperatuurbeperkingen. De Raad oordeelde dat de medische beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) adequaat waren vastgesteld en dat ook de arbeidskundige beoordeling van de functies juist was. Wel stelde de Raad vast dat de motivering van de passendheid van de functies pas in hoger beroep was gegeven, waardoor het bestreden besluit in strijd was met de Awb.
De Raad vernietigde daarom de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.