ECLI:NL:CRVB:2008:BF0726
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering met terugwerkende kracht gegrond verklaard
Betrokkene werkte als steksteekster en stopte op 15 september 1998 wegens psychische klachten. Haar aanvraag voor een WAO-uitkering per 14 september 1999 werd aanvankelijk geweigerd, maar na een eerdere uitspraak van de Raad werd een WAO-uitkering toegekend en later per 7 augustus 2000 ingetrokken omdat zij weer geschikt werd geacht voor haar werk.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van betrokkene gegrond omdat zij meende dat de intrekking van de WAO-uitkering onvoldoende rekening hield met haar psychische klachten. Het UWV ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat een rapport van de bezwaarverzekeringsarts van 31 augustus 2005 voldoende onderbouwing gaf dat betrokkene vanaf 7 augustus 2000 niet langer arbeidsongeschikt was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de intrekking met terugwerkende kracht niet in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en dat bij geschiktheid voor het eigen werk zonder nadere arbeidskundige beoordeling kan worden aangenomen dat geen arbeidsongeschiktheid bestaat. De eerdere uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 7 augustus 2000 wordt bevestigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard.