ECLI:NL:CRVB:2008:BF0797
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- J. Riphagen
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering na verkeersongeval en medische beoordeling
Appellante, werkzaam als gemeentelijk medewerkster, viel in 1998 uit door een verkeersongeval en vroeg een WAO-uitkering aan wegens aanhoudende klachten. Het UWV wees de aanvraag af omdat er geen objectief medisch vast te stellen ziekte of gebrek was. Na bezwaar en beroep werd het besluit vernietigd vanwege onvoldoende toetsing aan de richtlijn medisch arbeidsongeschiktheidscriterium (Maoc).
Het UWV nam een nieuw besluit op bezwaar, opnieuw afgewezen, gebaseerd op een rapport waarin werd geconcludeerd dat er geen eenduidige medische consensus was over de arbeidsongeschiktheid van appellante. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep stelde appellante dat er wel een eenduidige en consistente medische onderbouwing was.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht geen eenduidige medische consensus kon vaststellen en bevestigde dat alleen bij een vrijwel eenduidige, consistente en medisch gemotiveerde mening sprake is van arbeidsongeschiktheid. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank wegens procedurele onregelmatigheden, verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit van het UWV, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van het UWV wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.