ECLI:NL:CRVB:2008:BF0809
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld na beoordeling belastbaarheid assistent caravanpark
Appellant meldde zich op 10 augustus 2004 ziek vanwege rugklachten en ontving vanaf 23 augustus 2004 ziekengeld. Diverse medische onderzoeken, waaronder door artsen Weiner en Alsafar, concludeerden dat appellant vanaf 5 september 2005 geschikt was voor zijn laatstelijk verrichte arbeid als assistent caravanpark. Het UWV beëindigde daarom het ziekengeld per die datum.
Appellant voerde in bezwaar en hoger beroep aan dat zijn beperkingen werden onderschat en overhandigde medische informatie over een operatieve ingreep en degeneratieve afwijkingen. Hij verzocht tevens om benoeming van een deskundige. De rechtbank en de Raad oordeelden dat de belastbaarheid juist was vastgesteld, mede omdat de werkzaamheden rugsparend waren en de medische gegevens geen nieuwe inzichten boden.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat appellant op de datum in geschil in staat was zijn arbeid te verrichten en wees het beroep af. Er was geen aanleiding tot het benoemen van een deskundige en geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld per 5 september 2005 wordt bevestigd.