ECLI:NL:CRVB:2008:BF1180
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering per 1 maart 2005 in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het UWV op juiste medische en arbeidskundige gronden had gehandeld en dat appellant in staat was om de hem voorgehouden functies te vervullen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het medisch en arbeidskundig onderzoek niet zorgvuldig was geweest en dat de rechtbank ten onrechte geen onafhankelijke deskundige had benoemd. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verzekeringsartsen van het UWV zorgvuldig onderzoek hadden verricht, gebruikmakend van recente medische gegevens, en dat er geen aanleiding was om aan hun bevindingen te twijfelen.
De Raad wees ook het verzoek om een onafhankelijke deskundige af, omdat de aangeleverde medische informatie van appellant geen twijfel opriep over de juistheid van het UWV-onderzoek. Gezien de vastgestelde beperkingen werd appellant geacht de voorgestelde functies te kunnen vervullen. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees een beroep op artikel 8:75 Awb Pro af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering per 1 maart 2005 wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.