ECLI:NL:CRVB:2008:BF1189
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad, waarin het bezwaar tegen het door het UWV geweigerde WAO-uitkeringsbesluit werd toegewezen. Het UWV had geweigerd een WAO-uitkering toe te kennen omdat appellante minder dan 15% arbeidsongeschikt was na afloop van de wachttijd.
De rechtbank oordeelde dat het UWV niet onjuiste medische beperkingen had aangenomen en dat de functies die aan appellante waren voorgehouden passend waren, mede op basis van een nadere arbeidskundige rapportage. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit maar hield de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep heeft appellante haar grieven herhaald, maar de Centrale Raad van Beroep vond de medische en arbeidskundige beoordeling van het UWV zorgvuldig en juist. De Raad concludeerde dat de drie functies passend waren en dat er geen aanleiding was om het oordeel van de rechtbank te verwerpen.
De Raad wees ook op het ontbreken van gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Appellante bracht geen nieuwe medische gegevens in die twijfel konden doen ontstaan over de juistheid van de beperkingen die het UWV in aanmerking had genomen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.