ECLI:NL:CRVB:2008:BF1199
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking recht op ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, voormalig productiemedewerker, viel in 2001 uit wegens lichamelijke en psychische klachten en kreeg een WAO-uitkering toegekend. Na herbeoordeling trok het UWV de WAO-uitkering in 2003 in. In 2005 meldde appellant zich ziek met diverse klachten en ontving ziekengeld. Na medisch onderzoek door verzekeringsartsen en bezwaarverzekeringsarts besloot het UWV in 2006 het ziekengeld te beëindigen, omdat appellant geschikt werd geacht voor bepaalde functies.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onvoldoende was onderbouwd en onzorgvuldig was uitgevoerd, mede vanwege het ontbreken van een tolk tijdens het onderzoek. Hij overhandigde een brief van een psychiater ter onderbouwing van zijn klachten. De Raad oordeelde echter dat de verzekeringsartsen hun conclusies baseerden op uitgebreid onderzoek en beschikbare medische gegevens, waaronder eerdere psychiatrische rapporten.
De Raad vond geen aanwijzingen dat de communicatie tijdens het medisch onderzoek zodanig gebrekkig was dat dit het onderzoek onzorgvuldig maakte. Ook zag de Raad geen reden om een onafhankelijk psychiater te benoemen. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking van het recht op ziekengeld bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld ingetrokken per 10 februari 2006.