ECLI:NL:CRVB:2008:BF1223
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld na WAO-beoordeling en medische herbeoordeling
Appellant, voormalig lasser, viel uit wegens RSI-klachten en kreeg een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%, later herzien naar 35-45%. Na ziekmelding in 2004 en medisch onderzoek in 2005, concludeerde de verzekeringsarts dat appellant geschikt was voor zijn oude werk en aanverwante functies uit de WAO-beoordeling. Het Uwv beëindigde daarop het recht op ziekengeld per 20 september 2005.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de maatstaf van arbeid juist was toegepast. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen werden onderschat, ondersteund door een verklaring van zijn psychiater. De Raad overwoog dat onder 'zijn arbeid' alle functies uit de WAO-beoordeling vallen en dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was. De medische verklaring van de psychiater bood geen aanleiding tot twijfel aan de eerdere conclusies.
De Raad bevestigde het besluit van het Uwv dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld vanaf 20 september 2005 en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het recht op ziekengeld van appellant wordt per 20 september 2005 beëindigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.