ECLI:NL:CRVB:2008:BF1228
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens onvoldoende medische grondslag
Appellante was werkzaam als kamermeisje en meldde zich ziek vanwege maagklachten. Na beëindiging van haar dienstverband werd haar ziekengeld toegekend. Verzekeringsarts Luwel concludeerde echter dat zij weer geschikt was voor haar arbeid en het UWV beëindigde het ziekengeld per 28 juni 2005. Appellante maakte bezwaar, maar een bezwaarverzekeringsarts bevestigde dat zij eenvoudige werkzaamheden kon verrichten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat een gastroscopie een erosieve antrumgastritis aantoonde en dat medicatie niet aansloeg. Zij vond dat een nieuwe scopie had moeten plaatsvinden en dat haar psychische klachten onvoldoende waren onderzocht. De Raad oordeelde echter dat de medische gegevens en onderzoeken voldoende waren en dat de klachten geen belemmering vormden voor arbeid.
De Raad vond geen aanleiding om het besluit te vernietigen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Ook wees de Raad het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld per 28 juni 2005 wegens onvoldoende medische grondslag.