ECLI:NL:CRVB:2008:BF1242
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante, arbeidsongeschikt sinds 1995 door letsel aan haar rechterhand en klachten aan haar linkerknie, kreeg een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.
Na een herbeoordeling in 2005 stelde het UWV vast dat zij geschikt was voor bepaalde functies met minder dan 15% arbeidsongeschiktheid, waarop de WAO-uitkering werd ingetrokken. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar medische situatie niet was gewijzigd en dat het UWV de operatie aan haar rechterpols en herstel had moeten afwachten.
De rechtbank oordeelde dat het UWV de beperkingen juist had vastgesteld en liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel, stelt dat de medische en arbeidskundige onderbouwing voldoende is en wijst het hoger beroep af. De Raad acht de stelling van vooringenomenheid onvoldoende bewezen en ziet geen reden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd.