ECLI:NL:CRVB:2008:BF1280
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering ondanks psychische beperkingen appellant
Appellant was sinds 1999 werkzaam als cv-/servicemonteur en kreeg na ziekte en psychische problemen een WAO-uitkering toegekend. Na herbeoordeling in 2005 concludeerden verzekeringsartsen dat appellant geen medische urenbeperking nodig had en dat hij geschikt was voor werk van vijf dagen per week acht uur per dag. Het Uwv trok daarop de WAO-uitkering per 16 januari 2006 in.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat hij vanwege zijn chronische psychiatrische aandoening niet meer dan 24 uur per week kon werken, en dat relevante medische informatie niet was opgevraagd. De bezwaarverzekeringsarts sloot zich aan bij de conclusie dat geen urenbeperking noodzakelijk was. De rechtbank oordeelde dat het besluit op een juiste medische en arbeidskundige grondslag berustte, maar vernietigde het besluit wegens onvoldoende toelichting op de arbeidskundige signaleringen.
In hoger beroep stelde appellant dat hij niet fulltime belastbaar was en vroeg uitstel voor aanvullend onderzoek. De Raad oordeelde dat geen medische noodzaak bestond voor urenbeperking en dat het verzoek om uitstel niet kon worden ingewilligd. De Raad bevestigde de rechtbankuitspraak en vond dat de intrekking van de WAO-uitkering terecht was, gezien de medische gegevens en het functioneren van appellant.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellant terecht in staat werd geacht om vijf dagen per week acht uur per dag te werken ondanks zijn psychische beperkingen.