ECLI:NL:CRVB:2008:BF1846

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 september 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-777 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.W. Schuttel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting overgevoeligheid

Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te herzien van een arbeidsongeschiktheid van 80-100% naar 25-35%, gebaseerd op de geschiktheid voor geselecteerde functies. De rechtbank oordeelde dat er geen medische onderbouwing was voor de door appellant gestelde overgevoeligheid voor elektrische spanning, waardoor de beperkingen juist waren vastgesteld.

In hoger beroep heeft appellant geen nieuwe feiten of medische gegevens aangevoerd die het oordeel van de rechtbank konden wijzigen. De Centrale Raad van Beroep stelde zich achter de overwegingen van de rechtbank en bevestigde het bestreden besluit. Tevens werd geen aanleiding gezien om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

De uitspraak onderstreept het belang van objectiveerbare medische gegevens bij het betwisten van arbeidsongeschiktheidsbeoordelingen en bevestigt de rechtmatigheid van de herziening van de WAO-uitkering door het UWV.

Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd ondanks het ontbreken van objectiveerbare medische onderbouwing van overgevoeligheid.

Uitspraak

07/777 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Naam appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 21 december 2006, 05/1733 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 19 september 2008
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 augustus 2008, waar appellant is verschenen en het Uwv zich, zoals tevoren was bericht, niet heeft laten vertegenwoordigen.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij besluit van 1 maart 2005 heeft het Uwv de uitkering van appellant ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, welke laatstelijk werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 25 april 2005 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%.
Namens appellant is tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
Bij besluit van 8 november 2005 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Uwv dit bezwaar ongegrond verklaard.
2. Het bestreden besluit berust op het standpunt dat appellant op 25 april 2005 weliswaar beperkingen ondervond bij het verrichten van arbeid, maar dat hij met inachtneming van die beperkingen geschikt was voor werkzaamheden verbonden aan de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies. Vergelijking van de loonwaarde van de middelste van de drie functies met de hoogste lonen met het voor hem geldende maatmaninkomen resulteert volgens het Uwv in een verlies aan verdiencapaciteit van 25 tot 35%.
3. Het gaat in dit geding om de beantwoording van de vraag of het oordeel van de rechtbank over het bestreden besluit in rechte stand kan houden. De Raad beantwoordt deze vraag bevestigend en stelt zich achter de overwegingen van de aangevallen uitspraak.
3.1. De rechtbank heeft overwogen dat er in de beschikbare gegevens geen aanknopingspunten gevonden kunnen worden voor de stelling van appellant dat zijn beperkingen niet juist zijn vastgesteld omdat daarbij geen rekening is gehouden met zijn overgevoeligheid voor elektrische spanning. Het bestaan van die overgevoeligheid kan niet met objectiveerbare medische gegevens worden onderbouwd.
Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met zijn stellingname in eerste aanleg, geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank.
3.2. De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.
3.3. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel. De beslissing is, in tegenwoordigheid van W.R. de Vries als griffier, uitgesproken in het openbaar op 19 september 2008.
(get.) J.W. Schuttel.
(get.) W.R. de Vries.
JL