ECLI:NL:CRVB:2008:BF1864
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens niet-gehoord zijn
Appellante had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 9 februari 2005 in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen. In hoger beroep stelde appellante dat zij niet goed is gehoord en dat haar beperkingen zijn onderschat.
De Raad constateerde dat het UWV appellante niet in de gelegenheid had gesteld te worden gehoord, zoals vereist volgens artikel 7:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het UWV erkende dit gebrek. De Raad oordeelde dat dit een schending van het hoorrecht is en vernietigde daarom het bestreden besluit van 4 oktober 2005.
De zaak wordt terugverwezen naar het UWV voor een nieuwe beslissing op het bezwaar, waarbij appellante wel de mogelijkheid moet krijgen om gehoord te worden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd, maar het betaalde griffierecht wordt aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens schending van het hoorrecht en het UWV moet een nieuwe beslissing nemen.