ECLI:NL:CRVB:2008:BF1869
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na beoordeling arbeidsmogelijkheden
Appellante is sinds maart 2000 wegens psychische klachten arbeidsongeschikt en ontving een WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. In december 2005 is deze uitkering herzien naar een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%, met de conclusie dat zij in staat is om gemiddeld 4 uur per dag en 20 uur per week diverse functies te verrichten.
Appellante maakte bezwaar tegen deze herziening, stellende dat haar vermoeidheidsklachten onvoldoende waren meegewogen en dat zij niet in staat was tot de genoemde arbeidsomvang. De rechtbank Rotterdam verklaarde het bezwaar ongegrond, waarbij zij zich baseerde op medische rapporten van verzekeringsartsen en een bezwaarverzekeringsarts.
In hoger beroep heeft appellante geen nieuwe objectieve medische gegevens aangedragen die het eerdere oordeel konden weerleggen. De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat de medische grondslag van het bestreden besluit juist is en dat appellante terecht in staat werd geacht tot het verrichten van de werkzaamheden behorende bij de vastgestelde functies. De aangevallen uitspraak is bevestigd en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.