ECLI:NL:CRVB:2008:BF1882
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over terugvordering WAZ-uitkering en anticumulatie
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV waarin zijn WAZ-uitkering werd aangepast vanwege inkomsten uit arbeid vanaf 1 januari 2003. Het UWV had vastgesteld dat appellant onverschuldigd een bedrag van €6.438,26 had ontvangen en dit bedrag teruggevorderd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant deels gegrond door het besluit te vernietigen voor de periode van 1 januari 2003 tot 26 maart 2005, en bepaalde dat de uitkering over die periode moest worden aangepast naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%. Het beroep tegen het terugvorderingsbesluit werd echter ongegrond verklaard, waarbij werd vastgesteld dat het teruggevorderde bedrag correct was, mede omdat het UWV per abuis een correctiebedrag onverschuldigd had betaald.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de terugwerkende kracht van de korting in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel, en dat hij niet wist of redelijkerwijs had kunnen weten dat zijn inkomsten invloed hadden op zijn uitkering. De Raad onderschreef echter de overwegingen van de rechtbank dat appellant redelijkerwijs had moeten beseffen dat zijn inkomsten gevolgen konden hebben voor de uitkering, mede gelet op de communicatie met de arbeidsdeskundige en zijn kennis van zijn maatmaninkomen.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht de uitkering had aangepast en dat het hoger beroep van appellant niet slaagde. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak werd bevestigd voor zover aangevochten.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.