ECLI:NL:CRVB:2008:BF1893
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gedeeltelijke WAO-uitkering ondanks medische geschilpunten
Appellante stelde zich op het standpunt dat ten onrechte geen urenbeperking was aangenomen en dat haar medische situatie, waaronder een diagnose van fibromyalgie, onvoldoende was meegewogen bij de toekenning van haar WAO-uitkering. De rechtbank had het beroep tegen het bestreden besluit vernietigd wegens schending van de redelijke termijn, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten.
In hoger beroep herhaalde appellante haar medische en arbeidskundige grieven en bracht zij nieuwe medische informatie in, waaronder een brief van een neuroloog waarin werd gesteld dat zij niet langer dan 2,5 uur per dag achter een computer kan werken. De Raad oordeelde dat deze informatie betrekking had op een gewijzigd medisch beeld na de beoordelingsdatum en daarom niet relevant was voor de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid in 2000.
De Raad onderschreef de medische en arbeidskundige grondslag van de schatting zoals vastgesteld door het UWV en de rechtbank. De aangevallen uitspraak werd bevestigd, waarmee de gedeeltelijke WAO-uitkering gehandhaafd bleef.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de gedeeltelijke WAO-uitkering en wijst het hoger beroep af.