ECLI:NL:CRVB:2008:BF1902
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks medische bezwaren appellante
Appellante was vanaf 1 januari 2002 in aanmerking gebracht voor een WAO-uitkering van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Na een eerstejaars herbeoordeling concludeerden arts en arbeidsdeskundige dat appellante duurzaam benutbare mogelijkheden had voor arbeid, met een verlies aan verdiencapaciteit van 69,1%. Het Uwv herzag daarom de uitkering naar 65-80% arbeidsongeschiktheid.
Appellante maakte bezwaar en stelde dat zij niet in staat was om 30 uur per week passende werkzaamheden te verrichten, onderbouwd met medische informatie van haar internist en een aanvullend psychodiagnostisch rapport. De rechtbank oordeelde echter dat de medische gegevens onvoldoende aanleiding gaven om het Uwv-besluit te wijzigen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen ernstiger waren dan door het Uwv werd aangenomen, met name door hypothyreoïdie en gerelateerde klachten. De Raad overwoog dat een diagnose niet bepalend is voor de mate van arbeidsongeschiktheid, maar de beperkingen die daaruit voortvloeien. De Raad vond geen verschil van mening tussen de artsen en zag geen reden voor een aanvullende expertise. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 65-80% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.