ECLI:NL:CRVB:2008:BF1906
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen twee besluiten van het UWV waarin haar WAO-uitkering werd ingetrokken, eerst per 13 december 2005 en na heropening opnieuw per 22 januari 2007. De rechtbank vernietigde het eerste besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand, en verklaarde het beroep tegen het tweede besluit ongegrond.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraken. De Raad onderschrijft dat de medische en arbeidskundige beoordeling van het UWV voldoende is en dat de door appellante gestelde urenbeperking niet is onderbouwd met medische gegevens. Ook de psychologische rapportage uit 2007 leidt niet tot een ander oordeel omdat deze niet relevant is voor de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling.
De Raad oordeelt dat er geen nieuwe feiten of argumenten zijn die aanleiding geven tot herziening van de eerdere uitspraken. De intrekking van de WAO-uitkering blijft gehandhaafd, waarbij de functies die appellante geacht wordt te kunnen verrichten passen bij haar belastbaarheid en beperking. De Raad wijst een kennelijke misslag van de rechtbank af en bevestigt de rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.