ECLI:NL:CRVB:2008:BF1912
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks psychische en lichamelijke klachten appellant
Appellant ging in hoger beroep tegen het besluit van het UWV tot herziening van zijn WAO-uitkering, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 25 tot 35%. Hij stelde dat zijn aanpassingsstoornis en lichamelijke klachten hem volledig belemmerden in het verrichten van reguliere arbeid, en betoogde dat hij niet beschikte over het vereiste opleidingsniveau en taalvaardigheid.
De rechtbank oordeelde eerder dat de medische en arbeidskundige advisering van het UWV zorgvuldig en in overeenstemming met het Schattingsbesluit was, en dat de beperkingen van appellant niet ernstiger waren dan aangenomen. De Centrale Raad van Beroep sluit zich hierbij aan, onderbouwd door een psychiatrisch expertiserapport en recente medische gegevens die geen verslechtering aantonen.
De Raad acht de functies die als passend zijn aangemerkt, eenvoudig en productiematig, met een maximaal basisonderwijs niveau en beperkte taalvaardigheidseisen, passend binnen het bereik van appellant. De stelling dat sprake zou zijn van een onrechtmatige maximering van de maatman wordt verworpen.
De Raad bevestigt daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en ziet geen aanleiding tot toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De herziening van de WAO-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering van appellant naar 25-35% arbeidsongeschiktheid.